Orgaan- en weefseldonatie

Wat is een potentiële donor?

Bij ieder aankomend overlijden dient u uzelf de vraag te stellen of de patiënt een potentiële donor is. De medische geschiktheid tot doneren hangt af van een aantal belangrijke criteria:

– leeftijd
– ziektebeeld
– voorgeschiedenis
– ziekte beloop

Bij twijfel over medische geschiktheid van de donor overlegt u met de Nederlandse Transplantatiestichting (NTS). In het geval van orgaandonatie verbinden zij u door met de dienstdoende donatiecoördinator.

Zie ook het Modelprotocol van de Nederlandse Transplantatie Stichting:

Contra-indicaties orgaan- en weefseldonatie

Bij onderstaande situaties is orgaandonatie in principe uitgesloten.
Let op: dit zijn relatieve contra-indicaties.

– onbehandelbare sepsis met multi-orgaan falen
– hooggradige hersentumoren en niet curatief behandelde maligniteiten
– actieve tuberculose
– actieve virale infectie met rabiës, herpes zoster, rubella of hiv

– risicofactoren of klinische aanwijzingen voor bloed- en/of seksueel overdraagbare infecties
– hematologische maligniteit of premaligne hematologische aandoening bij overlijden of in het verleden, of melanoom met bewezen metastasen (overige maligniteiten, met of zonder metastasen, zijn GEEN algemene contra-indicatie)
– degeneratieve ziekten van het zenuwstelsel van onbekende oorsprong (zoals Alzheimer, MS, ALS)
– klinische aanwijzingen of risicofactoren voor een prionziekte, bijvoorbeeld ziekte van Creutzfeldt-Jakob
– beenmergdepressie in de drie maanden voor overlijden – gebruik van cytostatica – overleg met een stafarts van de NTS
– orgaan-, dura mater-, of oogweefseltransplantatie in de voorgeschiedenis
– onbekende doodsoorzaak, tenzij obductie

Het Donorregister

U moet als arts het Donorregister raadplegen als de patiënt geschikt lijkt te zijn als donor. In het Donorregister staat wat de keuze is van de patiënt. U mag het register raadplegen als u het overlijden binnen een korte tijd verwacht.

Een verpleegkundige mag het Donorregister ook raadplegen met zijn/haar eigen BIG-nummer.

Uitkomst register

De uitkomst van het register moet u kenbaar maken aan de naasten.

– In geval van toestemming in het Donorregister vraagt u de familie om instemming.
– In de andere gevallen vraagt u om toestemming de procedure te starten.

Doorloop ook onderstaande geacrediteerde e-module om vaardig te worden in het Donatiegesprek met naasten:

Niet natuurlijk overlijden

Het komt regelmatig voor dat een patiënt komt te overlijden waarbij er een niet-natuurlijk overlijden wordt afgegeven. In het geval van donatie moet er toestemming worden gevraagd aan de forensisch arts of Officier van Justitie. Deze zullen in veel gevallen toestemming geven tot donatie van weefsel en/of orgaandonatie. Deze toestemmingsprocedure wordt in geval van orgaandonatie (met of zonder weefseldonatie) uitgevoerd door de transplantatiecoördinator. Deze toestemming moet er zijn nog voordat de uitname van organen start. 

In geval van enkel weefseldonatie is het aan de arts om dit overleg te plegen met de Officier van Justitie via de geldende kanalen binnen het ziekenhuis waarin u werkzaam bent.

Welke verschillende procedures zijn er?

In Nederland kennen we 2 vormen van postmortale orgaandonatie:
– Donation after Circulatory Death (DCD)
– Donation after Brain Death (DBD)

Daarbij kennen we ook de weefseldonatie. 

Zie de download in de volgende link voor het volledige protocol. Het protocol beschrijft alle fases van transplantatie, van herkenning, gesprek met familie, donorbehandeling en uitname. 

DCD

Klik om de definitie te zien

DCD

Bij een DCD-procedure betreft het een patiënt die een infauste prognose heeft en waarbij het overlijden na staken van een vaak invasieve ondersteuning als beademing of vasopressie kan worden verwacht binnen 2 uur. Ook donatie na euthanasie valt onder dit type van postmortale donatie.

DBD

Klik om de definitie te zien

DBD

Bij een DBD-procedure betreft het een patiënt waarbij er aangetoond is dat er volledig en onherstelbaar verlies is van de functies van de hersenen, inclusief de hersenstam en het verlengde merg.

Donation after circulatory death

De DCD-procedure start als er is besloten om de levensondersteunende behandeling van een patiënt te beëindigen en als de hersendood niet kan worden vastgesteld.

Het is van belang dat er, zodra de infauste prognose is uitgesproken, direct wordt overlegd met de TC om de medische geschiktheid van de donor vast te stellen. De voorbereidende onderzoeken om tot een geslaagde donatie te komen vergen meerdere uren. Hierdoor wordt het daadwerkelijke starten van het abstinerend beleid met meerdere uren uitgesteld.  

Het gaat bij DCD specifiek om een situatie waarin – op grond van een zorgvuldige prognose – de dood van de patiënt verwacht wordt en het moment van overlijden binnen bepaalde tijdsgrenzen kan worden voorzien. Uiteindelijke donatie kan plaatsvinden indien de patient binnen ca. 2 uur overlijdt. Neem contact op met een donatiecoördinator voor overleg. 

 

Patiënten die in deze categorie vallen hebben:
– een infauste prognose, 
– zijn circa 75 jaar overleg met orgaandonatiecoördinator,
– een verwacht overlijden binnen ca. 2 uur na staken van de behandeling (respiratoire en/of circulatoire ondersteuning)
 
Ziektebeelden waarbij gedacht moet worden aan de DCD procedure zijn onder andere:
– (ischemisch) CVA
– overige (intra) cerebellaire bloedingen
– (non)invasief ondersteunde COPD
– onbeademde patiënt aan een Extra Corporele Life Support
– post anoxische schade na bv reanimatie

Donation after brain death

Zie hiervoor de volgende pagina “Hersendood”

Welke organen zijn bij welke procedure mogelijk om te doneren?

Nooit verkeerd om de anatomie extra te oefenen!
Swipe van boven naar beneden: